Mumbai
September 14, 2009 by Mick · Leave a Comment
1 t/m 3 januari 2007
18 miljoen mensen of zelfs nog iets meer… De gedachte alleen al klonk beanstigend. Na een ietwat teleurstellend Oud en Nieuw in het vliegtuig (klinkt toch spannender dan het daadwerkelijk is) en een vrij slechte nachtrust, kwamen we 1 januari dan eindelijk aan op onze eerste bestemming: Mumbai!
Het vliegveld van Mumbai gaf ons al een goede voorproef van India. Achteraan in de rij aansluiten als je een papiertje niet goed invult, niet naar de WC kunnen gaan zonder een fooi te geven, en vooral niet in de taxi kunnen stappen zonder dat je tassen zijn afgepakt. Overal vragende handen, smekende ogen.
De anderhalf uur durende taxirit naar het meest zuidelijke puntje van Mumbai was een ervaring op zich. Uitgestrekte krottenwijken naast torenhoge wolkenkrabbers, mensen zover het oog reikt, en vooral een van de meest enerverende taxiritten van ons (bijna niet meer) leven. Zes zwart-gele Engelse taxi”s uit de seventies die naast elkaar rijden, terwijl felbeschilderde vrachtwagens en bussen voortdenderen en waar nog hele families op motoren tussendoor manoevreren. De bijna ongelukken waren niet te tellen, dus we waren erg blij toen we zonder omwegen uit mochten stappen bij de Gateway of India.
Na gelijk besprongen te zijn door een (nep-)heilige met armbandjes en tikka”s (stippen voor op het hoofd), hebben we ons neergevleid met de Lonely Planet. In de wijk Colaba schenen de beste hotels voor backpackers te zijn… We hebben het geweten. Hotel Prosser”s, don”t do it! Mick heeft samen met de Nepalese bedienden de bedrading min of meer gefixed. De ventilator kregen ze weer aan de praat, maar de vonkjes waren zichtbaar. De deur naar de gedeelde badkamer heeft Mick uiteindelijk maar met een tie-rib dichtgebonden…
Struinen door Colaba, Fort Area en Churchgate, Mumbai is een hectische, maar geweldige stad om mee te beginnen. Je kijkt je ogen uit, de mensen (heel arm en heel rijk), het verkeer (probeer maar eens over te steken), de Victoriaanse gebouwen (zoveel pracht en praal uit de Engelse tijd). Twee Bollywoodfilms leerden ons meer over de Indiërs. Veel drama, veel sensualiteit (Yona, je had gelijk
), maar geen gezoen (wel gezien overigens tot onze grote verbazing) en vooraf saluerend het volkslied in de bioscoopzaal.
Om te ontsnappen aan de drukte namen we de boot naar Elephanta Island. De puurste afbeelding van Shiva (uitgehouwen in rots) zou daar te vinden zijn. Shiva (the destructor) is op vijf manieren afgebeeld. Drie beelden zijn te zien, het vierde wordt aan de achterkant verondersteld en de vijfde is de transcendentale. Het is zeker de moeite waard om dit uitstapje te maken als je in Mumbai bent. We hebben al veel geleerd over de miljoenen goden van het hindoeà¯sme, maar zullen jullie voorlopig de details besparen… Het is trouwens erg interessant dat elke Indiër zelf mag bepalen welke god of goden hij aanbidt (mam, Holy Cow! is erg verlichtend, dank je!).
Struikelend over de Indiërs vonden we onze weg naar de trein naar Goa. Geschokt waren we toen we de mensen de derde klas binnen zagen gaan. Krioelende Indiërs over elkaar heen, door elkaar heen, onder elkaar door. Gelukkig zaten wij in de tweede klas… De trein had alleen wel vertraging doordat er iemand tussen het trein en het perron was gevallen, vertelde een Israëlische medereiziger ons. Erg naar, maar het schijnt hier bij het leven te horen.
De treinreis duurde ellendig lang, ik was verschrikkelijk verkouden en eerlijk gezegd ook een beetje bang. We hadden geen dekens bij ons en wisten niet dat het zo koud zou zijn. De lucht van urine is overal in India doordringend aanwezig, maar in een volle trein nog meer. En de grijpende handjes van de Chai-verkopers dreven me af en toe tot wanhoop. We hebben onze les wat dit betreft wel geleerd en er zullen er nog vele volgen.
India is niet voor niets het land wat we zo graag wilden bezoeken, de grote contrasten, de verscheidenheid, de spiritualiteit, we hebben er nu al van mogen proeven!
Meer lezen ?
Arambol
September 13, 2009 by Mick · Leave a Comment
4 t/m 14 januari
Waar
Arambol, waar is dat dan? Een van de meest noordelijke dorpjes gelegen in de relatief welvarende en meest touristische provincie genaamd Goa.
Verbeelding
Ogen dicht (niet nu… zo meteen
… Mooie blauwe zee, lekker briesje, beach shacks, heel veel beach shacks, palmbomen (en ja daar vallen ook echt kokosnoten uit, 1 keer angstvallig dichtbij) kleine rotsen, grote rotsen, zelfs een partij klauwachtige rotsen die proberen de ondergang van de zon telkens proberen te bespoedigen, wat hen ook lukt, want elke keer als Mei en ik romantisch aan de cocktail willen beginnen is die gloeiende zak weg.
Maar wat die lichtbol wegneemt, geeft Arambol weer terug in de vorm van sprookjesachtige kerstverlichting (echte kerstverlichting en zelfs kerststalletjes, want Goa is nogal Christelijk) van alle restaurantjes, beach shacks, barretjes, muziektentjes, etc. Zo mooi
Het krioelt er van de raven, musjes, havikken, vliegende vissen, kikkers, krabbetjes, mannetjes- en vrouwtjes-koeien (kunnen soms best hitsig worden, geen Pamplona, maar t scheelt soms niet veel), vliegen, kakkerlakken, gelukkig weinig muggen. Ontbijten met zicht op dartelende dolfijnen is bijna gewoon hier. (behalve voor Mei)
Wat loopt er rond
Touristen, ja het valt niet te ontkennen, dit oord teert op touristen, eerder backpackers, anders dan het charter publiek wat gelukkig een stuk zuidelijker blijft. Overgrote merendendeel is Israeli, vers uit het leger, 3 jaar gebrainwashed en klaar om daar helemaal mee af te rekenen. Het leven hier heeft heel handig ingespeeld op het Hebreeuws. Overal hebreeuwse uithangborden, affiches, gerechten, etc. Ik typ nu op een toetsenbord waar een Indier in z’n vrije tijd handig op elke toetsje hebreeuwse lettertjes heeft zitten plakken. Arambol was de laatste plek waar ik had verwacht een lekkere shakshuka (uien- paprika-tomaten prutje met 2 spiegeleieren erbovenop, vergezeld van wat humus, salade en garlic na’an) tot me te nemen. Die Israeli’s zijn zo verkeerd nog niet. Mijn hebreeuws begint weer aardig op peil te komen, erg leuk, maar ook erg bevreemdend omdat ik had verwacht handig te worden met Hindi.
Mei wordt trouwens ook handig in het Hebreeuws… we hadden laatst ruzie in bed in ons bamboe hutje en plots mompelt ze zain be ain! Nou ja! Dat betekent in het hebreeuws letterlijk piemel in je oog, maar figuurlijk zoiets als fuck off. Grrrrrrrmbl.
Afgezien van de Israeli’s verder natuurlijk een flinke portie spiri-gasten, zweefteven, Yoga-jutten & Tai Chi-jullen, ga zo maar door. Vooral erg kleurrijk, vandaag zag ik bijvoorbeeld iemand met een Landjuweel-2006-Ruigoord hesje. Ik denk hey! Dat is bekend, hij heette Theo en had zich de afgelopen 13 jaar gespecialiseerd in het in kaart brengen van primitieve rotstekeningen. Nou ja… dat soort lui dus.
Eergisteren met Mei naar een afgelegen meertje gewandeld. Hond lokte ons mee, een soort Lassie maar dan Indiaas. Heel gek, we bleven hem volgen, hij bleef ons leiden door een dichtbegroeid doolhof. Werkelijk magisch. We belanden na 10 minuten in een riviertje waar een stukje stroomafwaarts een bekoorlijke blootgetiette Argentijnse haar lijf stond in te smeren met gele modder. Halfuur later zaten we ook onder de modder. Als gele inboorlingen besloten we de rivier omhoog te volgen tot we na een halfuur strompelen bij de Banyan tree terecht kwamen. doorgedraaide Nederlander, wandelende documentaire. Vredespijp. Aardige Israeli, 3 uur lang lullen.
Maar laten we vooral de Indiers niet vergeten…
Friend you want Taxi?
Take, take! I make good price!
Ananas, Coco, Juices!
Yes? You like?
How are you doing my friend? Geef antwoord op die vraag en je bent vaak de pineut want dan beseffen ze zich dat je beleefd bent en vervolgens worden de verkooppogingen fftjes een graad erger..
Taxi? duh… al zit je op een ronkende scooter…
Vandaag ik op t strand kettinkjes kijken van de om de 5 minuten passerende kralenkettingverkoopjongetjes. 3 interessante kettingen in mijn hand.
Yes. You like, I give you good price
Ok, how much?
How much you like to pay?
No, no. What’s your price?
350 rupi’s for each necklace, is good price
What? <met ogen rollen> Too expensive!
For you only 1200 rupi (= 20 euro)
(proest… 3 x 350 = ?) Way too much!
Ok ok you tell me fair price
200 rupi (= 3 euro eigenlijk veels te veel)
Joke? glimlach weg, strak hoofd
No joke… I saw them much cheaper at the market
My father make necklace from coconut himself, 15 days work,1 necklace
<right> 300 rupi
You give me best price!
300 rupi
I make no money today, please buy <vul in> and be my first lakshmi het geld van de eerste verkoop op een dag zien ze als zegening…
Ok ok… 400 rupi my last price.
I have to pay police 200 rupi baksjeesj afkoopsom I make no profit!
<ik geef z’n kettingen terug> Ok never mind…
<Hij stopt de kettingen weer in m’n hand en gooit er nog een paar bij> 900 rupi my friend
<ik geef z’n kettingen terug> No too expensive!
Na veel drama heb ik ze voor 400 meegekregen, seconde later zat z’n vriend-kralenkettingverkoper voor m’n neus en begon het spel opnieuw. Mei heeft woedend doch beheerst ingegrepen
(stoere Mei!).
En zo gaat dit de hele fucking dag door. Mensen worden vermoedelijk mesjogge van dit eindeloze sjaggeren. India sjaggert mijn zakken leeg… Maar afgezien van bovenstaande zijn ze ook helemaal tegek. Vriendelijk, nieuwsgierig, lachlustig en vaak heel erg lief. Heb ook al een paar Indiase vrienden gemaakt, we omhelzen elkaar zelfs als we elkaar op straat tegenkomen, echt enthousiaste lui. Ze nemen zo maar een half uur de tijd om je te vertellen over Brahma, Vishnu, Ganesh en ga zo maar door. Maar ook gewoon over hun familie in verre provincies.
Geluid
Geluid overal geluid, iedereen claxoneert om een kruising te begroeten, vrachtwagens en bussen claxoneren naar elkaar als zijnde sjansen, scooters miepen als ze inhalen, fietsers rinkelen hun bel sowieso continu. En Indiaase kooplui laten zich ook niet onbetuigd.
Al in al
We zijn poepbruin, dikbuikig en breedgrijnzend. Goa en met name dan Arambol is kickass ontspannen. Mei heeft waarachtig weer de rust gevonden om een boek te lezen, om op een plek te blijven zonder per se iets te hoeven doen (een ritje op de scooter naar Panajim en Calangute om te beseffen dat het paradijs zich onder je achterwerk bevindt) en ik ben allerlei nerveuze tics kwijt. Ben weer begonnen met tekenen, schrijven, mondharpen… ik zie de wereld langzaam weer als speelplaats.
Volgende bestemming
Hampi of Humpi zoals ze het hier noemen.